Historie Ongkiehong

Vaak wordt de vraag gesteld waar de naam Ongkiehong vandaan komt. In 1905 heeft mijn overgrootvader die de familienaam Ong had zijn naam laten veranderen in Ongkiehong. Ong was Chinees en verbond zijn familienaam Ong met de generatienaam Kie en roepnaam Hong. De naam werd aan elkaar geschreven met 1 hoofdletter. De Chinese voornamen van zijn kinderen werden omgezet in Nederlandse namen.

Klik hier voor meer informatie over de familie Ongkiehong.

Wanneer de voorouders van Ongkiehong voorouders naar Nederland Indië zijn gekomen is niet bekend. Hij was getrouwd met Njio Kiok Nio. Haar broer Njio Kik Tjien veranderde zijn naam op soortgelijke wijze door de familienaam Njio vast te zetten aan de generatienaam Kik en voornaam Tjien. Zo ontstond de naam Njiokiktjien. Deze naam komt regelmatig in de publiciteit door Ilvy Njiokiktjien die diverse prijzen heeft gekregen voor haar prestaties als fotograaf. De voorouders van de familie Njio kwamen omstreeks 1700 van China naar Nederlands Indië. Ongkiehong had op Ambon een goedlopende onderneming met onder meer een grote bazaar, houtzagerij, slachterij, drukkerij, bakkerij en ijsfabriek.

Njiokiktjien had eveneens een handelsonderneming en deed handel op verschillende eilanden. Na de grote aardbeving van 1898 die Ambon veel gebouwen volledig bouwde beide families een groot familiehuis. Ongkiehong had 15 kinderen en Njiokiktjien had 11 kinderen. Zij vonden het belangrijk dat hun kinderen gingen studeren. Kennis kun je niet verliezen in tegenstelling tot geld of goederen. Mijn opa Djien ging vroeg weg van Ambon en trok naar Soerabaja waar hij op jonge leeftijd in de scheepswerf van de Marine ging werken. Na een paar jaar ging hij varen en rond zijn twintigste wilde hij ingenieur worden. Hij ging naar Den Haag , ging overdag als monteur werken in de elektriciteitscentrale en volgde avondstudie in Leiden ter voorbereiding van de ingenieurstudies die hij in 1909 begon aan de vermaarde Ingenieurschool van Mittweida dat in de buurt ligt van Dresden. Hij volgde daar Elektrotechniek en Werktuigbouw. Na zijn afstuderen in 1913 ging hij terug naar Ambon. Dat was vlak voor het uitbreken van de eerste wereldoorlog. In die tijd waren zijn jongere broers in Nederland begonnen met andere studies. Later gingen er meer broers en zussen voor studie naar Nederland evenals neven en nichten van de familie Njiokiktjien. Zij waren in de kost bij de heer en mevrouw von Bülow aan de Laan van Meerdervoort in Den Haag. Het inzicht van Ongkiehong dat kennis beter was dan geld werd in de praktijk gebracht door 10 kinderen opleidingen te laten volgen aan de TH in Delft en de Universiteit van Leiden en diverse andere opleidingsinstituten.
Toen Ongkiehong plotseling overleed in 1914 heeft mijn opa met enkele broers en zussen de firma Ongkiehong voortgezet. Zij zorgden er ook voor dat hun broers en zussen hun studies konden voortzetten in Nederland. Bij de firma Ongkiehong werkten meer dan 80 personen. Met de opgedane kennis uit Duitsland heeft mijn opa een bijdrage geleverd aan de aanleg van de elektriciteitsvoorziening op Bali en Lombok en op Ambon waar hij was geboren.

Mijn vader Guus werd in 1919 geboren in Ternate maar woonde tot zijn dertiende op Ambon. Hij was altijd erg onder de indruk van het technisch kunnen van zijn vader en wilde als kleine jongen graag ingenieur worden. Later zou blijken dat de opleiding weinig van doen had met sleutelen en het met de handen werken. Zijn vader was theoretisch zeer goed onderlegd maar was ook zeer handig en kon veel reparaties zelf uitvoeren en aan zijn personeel laten zien hoe alles moest. Op het erf aan de baai van Ambon waar hij woonde had hij een kleine scheepswerf en een ijsfabriek.

Klik hier voor krantenberichten over de scheepswerf.

Ik ben in 2008 naar Mittweida gegaan en kreeg daar alle rapporten en studieresultaten te zien. Ondanks dat de studie zeer zwaar was had mijn opa zeer goede cijfers. Verder is wonderbaarlijk dat hij goed was in Duits. Waarschijnlijk heeft Carl von Bülow hem daarbij geholpen. Hij kwam uit Merseburg dat in de buurt van Mittweida lag en bij hem waren de broers en zussen van mijn opa in de kost in Den Haag. Von Bülow had een Berlitz school voor talenonderwijs en heeft waarschijnlijk het advies gegeven om in Mittweida te gaan studeren. In die tijd was daar een bloeiende industrie op het gebied van automobielen, vrachtauto's en spoorvoertuigen. Toen ik in Mittweida was ik de studieboeken ingekeken en kwam tot de conclusie dat het niveau vergelijkbaar was met de TU in Delft. Diverse ingenieurs die daar afstudeerde zijn daarna beroemd geworden zoals Friedrich Opel en August Horch (oprichter van Audi).

Mijn vader die in de voetsporen wilde treden van zijn vader had aanvankelijk moeite met de lagere school en wilde niet graag leren. Dat was logisch omdat hij feitelijk in een miniparadijs woonde met een eigen strand met palmbomen waar je ongestoord en eindeloos kon spelen. Maar zijn vader vond dat hij en zijn broers en zus goed moesten leren. Via de middelbare school in Soerabaja kwam mijn vader op het Canisius internaat in Batavia en ging daarna naar de Technische Hogeschool van Bandoeng. De studie werktuigbouw werd tijdens de bezetting van de Japanners gestaakt. Omdat mijn vader technisch goed onderlegd was kon hij in de bezettingstijd de Derris fabriek draaiende houden. In deze fabriek waar insectenverdelgingspoeder op basis van Rotenon werd gemaakt werkten ook zijn broers Johan en George. In 1946 vertrok mijn vader naar Den Haag en pakte de studie werktuigbouw op in Delft. Dit viel tegen en in 1950 is hij gestopt. In dat jaar trad hij in dienst van het jonge Ingenieursbureau Tebodin dat toen ongeveer 15 medewerkers telde. Dit bureau was opgericht door Prof. Van Iterson, voormalig directeur van de Staatsmijnen. Van begin af aan was Tebodin gespecialiseerd in staalconstructies. Ondanks het feit dat mijn vader een paar jaar in Delft had gestudeerd begon hij als leerling tekenaar. In een vlot tempo doorliep hij alle rangen en bekwaamde zich snel in het berekenen van staalconstructies. Als statiker werd hij de grootste rekenaar van Tebodin. In de jaren 50-60-70 is de industrie in Nederland sterk gegroeid en waren er veel grote projecten. Het bijzondere van mijn vader was dat zijn werk ook zijn hobby was en dat hij speciale rekenmethodes ontwikkelde om de benodigde rekentijd te beperken. Feitelijk kon hij alles af met zijn rekenlineaal maar in het midden van de jaren zestig kreeg hij, eigenlijk met tegenzin een grote elektronische rekenmachine omdat hij zoveel berekeningen uitvoerde. Dat was een duur apparaat met een prijs die vergelijkbaar was met een nieuwe VW Kever.

Tot zijn pensionering in 1984 bleef hij alles met de hand uitrekenen. Hij werkte nooit met computers. In dat jaar studeerde ik af en ben ook bij Tebodin gaan werken. In tegenstelling tot mijn vader had ik daar altijd te maken met machines en transportsystemen waar bewegingen centraal stonden. Kort na zijn pensionering is mijn vader nog eens teruggeroepen om te werken aan een fabriek voor de verbranding van ziekenhuisafval waarvan ik een transportsysteem voor de vaten moest uitwerken.

Mijn vader was altijd geïnteresseerd in de projecten die ik deed, vooral als daar staalconstructies in voorkwamen. Hij maakte vaak schaalmodellen die een goede indruk gaven van vervormingen door belasting.

Het is jammer dat ik mijn grootvader nooit gekend heb. Mijn vader heeft hem eigenlijk niet goed gekend omdat hij al met zijn dertiende weg ging van Ambon. Volgens mijn neven die hem wel gekend hebben moet hij zeer handig geweest zijn. Mijn vader was dat ook wel maar hij had geen hobbies in de richting waar sleutelen of techniek in voor kwamen. Zoals gezegd was het ontwerpen en berekenen van staalconstructies zijn hobby. Zijn stelling was:  als ik werk rust ik uit!
Klik hier voor een fragment van het interview van Guus Ongkiehong door Ron Habiboe.

Mijn broer Frank is op latere leeftijd  gaan studeren aan de Fachhochschule in Furtwangen, Duitsland.

Zo kunnen we stellen dat 3 generaties Ongkiehong in de techniek zijn beland.

Mijn vader keek tot zijn overlijden in december 2011 veel naar wetenschappelijke programma’s en op internet. Programma’s over grote bouwprojecten zoals op Discovery en nieuws over nanotechnologie hadden zijn interesse. Ook de wereld van subatomaire deeltjes. Als hij interessante stukken tegenkwam op de computer riep hij me vaak en zo is mijn nieuwe interesse aangewakkerd in celbiologie/biochemie en nano-technologie. Dat begon met de werking van moleculaire machines zoals bijv. voor de replicatie en uitlezing van DNA en eiwitsynthese Ik heb daar boeken over gekocht en verder is hierover op internet praktisch alles te vinden.